Verhalen
Laatste wijzigingen
zo 05 sep
-
Eindelijk 16
zo 29 aug
-
Een bijzondere ontmoeting
zo 29 aug
-
Terug van vakantie
Home
Wie Zijn Wij
Fotoalbum
Verhalen
Diversen
Inloggen
gepost door Stoffer Kikkert op ma 09 aug 2010
Mijn Diensttijd
Het was 26 November 1954 toen ik mij moest melden om mijn dienstplicht te vervullen ik was 19 jaar en had nog nooit wat van de wereld gezien zelfs amper buiten Hoogeveen geweest, ik had zover ik mij kan herinneren één keer in een trein gezeten en dat was toen we naar groningen moesten voor de keuring voor militaire dienst, en dan moet je op een goeie dag je melden in het zuiden van Nederland voor mij was dat bijna aan het andere eind van de wereld ik moest namelijk opkomen in Ossendrecht dat ligt tegen de Belgische grens aan en ik zag er dan ook als een boom tegenop wat een beproeving vanuit de beschermde vertrouwde omgeving helemaal alleen en dan nog wel met de trein helemaal naar het zuiden van het land. [img=946 width=400 align=left] s Morgens al vroeg van huis eerst met de bus naar Hoogeveen dan in de trein naar Zwolle en dan via Wijhe-Olst-Deventer naar Zutphen vandaar via Dieren Doesburg Arnhem Nijmegen Oss naar ?sHertogenbosch op elk station sta je weer te bibberen heb ik nou de juiste trein wel, het laatste stuk gaat via Tilburg - Breda naar de eindbestemming Bergen op Zoom daar aangekomen nog een half uurtje met de bus en dan is het bijna avond als je aankomt in Ossendrecht. [img=948 width=400 align=left] En dan denk je ach de dag is om voor vandaag hebben we het gehad maar de dag was schijnbaar nog niet om want je kreeg de opdracht voor het gebouw verzamelen en daar werd je op een duidelijke toon meegedeeld dat je vanaf dat moment onder de krijgstucht stond en dat je elk bevel op diende te volgen en tegenspraak werd niet getolereerd. Het was wel even wennen vanuit het burger naar het militair denken over te schakelen maar? met de instelling ?hier zijn ze allemaal gek behalve ik? kom je als dienstplichtige een heel eind. Zo erg veel kan ik mij er niet meer van herinneren maar het is dan ook meer dan 50 jaar geleden maar oud dienstplichtigen zullen verschillende dingen nog wel weer bekend voorkomen. [img=947 width=400 align=left] De Reveille. Vreselijk was bv het wakker worden om 06.00 uur ?s morgens en dan de manier waarop dat gebeurde er kwam een korporaal 1e klas iemand met twee van die brede strepen op zijn mouwen binnenstormen en blies dan keihard op een fluitje, daarna trok hij zijn grote bek open alsof we dat fluitje niet gehoord hadden nou daar wen je echt nooit aan en dan ook nog in snel tempo wassen en aankleden en in de houding voor je bed staan. [img=950 width=400 align=left] Tijd om te eten. Opstellen in rijen van vier voor de vreetschuur een wachtmeester bepaalde welke rij het eerste naar binnen mocht en als je grote honger had en je probeerde over te wippen naar de lopende rij nou dan was je het lul en werd je er uit gepikt moest je helpen borden wippen en mocht je als laatste eten, in elk geval zorgden ze er altijd wel voor dat ze genoeg mensen hadden om die klusjes op te knappen. Zo ?n bord bestond uit drie vakken één { een grotere} voor je prakje en twee kleine voor je groente en voor je toetje degene die achter de tafel stond had er altijd veel plezier in om per ongeluk je toetje in het verkeerde vak te gooien zodat de helft van je toetje over je prakje golfde. De stormbaan. Een sporter was ik toen niet en ben ik ook nooit geworden ik had dan ook een gruwelijke hekel aan het hardlopen en dan ook nog met je volle bepakking op je rug en die betonnen bak van ongeveer 1.50m diep met van die glibberige palen er overheen waar je met je kistjes over moest lopen vaak ging dat nog wel eens mis en dan au au au en aan een lang touw over een grote bak met water slingeren ging nog al eens mis. [img=955 width=400 align=left] Ook het tijgeren was geen favoriete hobby van mij hierbij moest je zo plat mogelijk over de grond schuiven meestal was die grond ook niet al te droog en er werd verteld dat er een halve meter boven de grond over je heen werd geschoten en wie dus zijn hoofd te hoog opstak liep grote kans dat hij een kogel door zijn kop kreeg, als dat ook allemaal echt waar was hebben ze ons nooit verteld er klonken in elk geval wel regelmatig schoten maar je waagde het niet om te kijken waar die vandaan kwamen want dan kon je weer een kanonnade van scheldwoorden verwachten want daar waren ze goed in. Het mededelingenbord. Ook het rekruten pesten was een hobby van ze zo had eens iemand op het mededelingenbord geschreven! ?God schiep mensen en dieren, behalve onderofficieren, want deze creaturen schiep de duivel in zijn vrije uren?ja dat is de goden verzoeken. En dat bleek dus ook want om 02.30 uur ?s nachts gefluit en gevloek en geschreeuw op de gang allemaal buiten aantreden met volle bepakking vlug hup hup stelletje stommelingen en nog veel meer van die uitingen welke stommeling heeft dat op het bord geschreven ??? natuurlijk melde niemand zich?dus net zo lang blijven staan tot iemand zich meld..niemand dus. Na ongeveer twee uur toch maar weer naar binnen kast weer inpakken en maar weer naar bed maar om 06.00 uur stond diezelfde korporaal met zijn grote bek weer op je kamer te schreeuwen dat we luie donders waren en snel uit ons nest moesten komen als je na 50 jaar daar aan terugdenkt snap je eigelijk niet goed dat we dat toen allemaal maar hebben laten geworden. [img=952 width=400 align=left] Het zakgeld: We leefden toen nog in de guldentijd maar aangezien mijn ouders het ook niet zo breed hadden moesten we rondkomen van ons dagelijkse zakgeld en dat was echt geen vetpot. Het zakgeld bedroeg de eerste twee maanden van je opleiding 75 cent per dag en na de opleiding werd dat verhoogt naar 1 gulden per dag als je dus ?s morgens een kop koffie met een gevulde koek nam was je bijna de helft van je zakgeld kwijt. De enigste manier om je zakgeld wat aan te vullen was om te proberen ziek thuis te blijven en als je dan ook nog een huisarts had die je een beetje ter wille was dan lukte dat meestal wel een paar dagen want voor de dagen die je namelijk afwezig was kreeg je kostgeld uitbetaald en dat was het dubbele van je zakgeld en zo had je een volgende keer wat meer zakgeld. In de opleiding mocht je om de twee weken een weekend met verlof maar dat weekend was nooit lang want je mocht pas op Zaterdagmorgen vertrekken maar voordat je vertrok werd je eerst aan een grondige inspectie onderworpen en dan keken ze zoal naar je schoenen of die goed gepoetst waren en je koper moest blinken en natuurlijk een strakke vouw in je broek was dit niet in orde dan moest je terug naar je kamer en over een uur kon je het weer laten keuren maar in die tussentijd miste je wel een trein. [img=953 width=400 align=left] Overplaatsing. De eerste twee maanden kreeg je een rekrutenopleiding in Ossendrecht daarna werd je overgeplaatst naar een kazerne ergens anders in Nederland al naar gelang bij welk onderdeel je werd ingedeeld, en in mijn geval werd ik dus eind Januari 1955 overgeplaatst naar de Johannes Post kazerne in Havelte bij de afdeling lichte luchtdoel artillerie [lua]. Dat was voor mij een geweldige verbetering, het was zelfs op de fiets te doen niet dat dat zo nodig was want we kregen wel regelmatig een vrijvervoer naar huis. Als het weekend verlof was werden we eerst met een militaire bus naar Meppel vervoerd vervolgens ging je met de trein naar Hoogeveen dit was in de meeste gevallen ook een militaire trein want je moest het niet wagen om in een burgertrein te reizen want als je daarin werd betrapt ging je rechtsomkeert naar de kazerne, alhoewel we het wel eens probeerden maar dan moest je als je een station passeerde onderuit duiken want op elk station stonden een paar MP s om dat te controleren, en als ze dan maar niet in de trein kwamen controleren dan ging het meestal wel goed, vanaf Hoogeveen was het nog een kwartier met de bus naar Hollandscheveld meestal stapte ik aan de riegshoogtendijk uit ter hoogte van Bertus Knecht en dan kon ik langs de meulewieke naar het zuideropgaande waar we naast de molen woonden. Ik heb verplicht 16 maanden moeten doorbrengen in Havelte waar we de meeste tijd besteden aan oefeningen en dan natuurlijk weer het schoonmaken van het materieel de overige tijd bracht je door in de kantine of op je kamer ook de militaire tehuizen waren een gewilde plek voor ons waar we dan ook geziene gasten waren. [img=949 width=400 align=left] Mijn funktie was schutter op een M 16 4 punts dat wil zeggen 4 mitrailleurs op een koepel welke weer gemonteerd waren op een vrachtwagen en als je daar dan mee op oefening geweest was had je weer dagen nodig om alles weer schoon te krijgen. Ook hadden we wel eens leuke uitstapjes onder andere schietoefeningen in Duitsland dan werd in Arnhem het materiaal op een trein geladen, wij gingen met dezelfde trein en dan ging het richting Kiel aan de Oostzee, de reis duurde ongeveer een dag in Kiel werd alles weer uitgeladen vervolgens gingen we naar een tentenkamp bij het Dorpje Lutjenburg waar we dan weer enige weken verbleven en ?s avonds in een Duits kroegje. Dergelijke uitstapjes dat brak natuurlijk geweldig de tijd en we waren geziene gasten in de kroegen in het dorp wat gepaard ging met veel lol en veel bier en meer vermaak.. Ook hadden we regelmatig schietoefeningen in eigen land dat gebeurde dan in Den Helder aan zee, boven zee vloog dan een klein vliegtuig met een sleep erachter in de vorm van een zak welke je dan moest proberen eraf te schieten wat meestal toch niet lukte, het is zelfs een keer gebeurd dat onze commandant in paniek raakte doordat ik in plaats van op de zak op het vliegtuig schoot schijnbaar was ik toch niet zo n goeie schutter want ik had het vliegtuig niet geraakt maar de piloot zat wel in zijn rats want de kogels vlogen hem links en rechts om de oren. [img=951 width=400 align=left] Bar koud. Het was begin Februari 1956 het was ijzig koud met één van de strengste winters van de vorige eeuw, bij Nijmegen reed men met de auto over de Waal zelfs reed men met een auto over het ijselmeer van Urk naar Stavoren en in Uithuizermeden werd de laagste temperatuur gemeten namelijk 27 graden onder nul, de wijken bij ons waren bevroren tot de bodem en er lag een pak sneeuw van 25 tot 30 cm, we gingen op Vrijdagmiddag met weekend verlof maar we wisten dat direct na het weekend er een oefening gepland stond met bivakkeren in een tent en de leiding was niet voornemens om het af te lasten dus het vooruitzicht was niet aanlokkelijk en ik nam mij dan ook voor om thuis te blijven en mij ziek te melden, in de meeste gevallen red je het dan wel een week s Maandagsmorgens toen ik opstond zaten de ijsbloemen dik op de ruiten en de vaatdoek lag bevroren op het aanrecht want van dubbel glas had men toen nog nooit gehoord dus mijn besluit stond vast ik ga niet terug ik meld mij ziek. Die Maandagmorgen melde ik mij dus ziek en als ik nou de hele dag in mijn bed gebleven was met een natte handdoek over het voorhoofd was het mischien nog wel goed gegaan maar het ging dus niet goed, in de namiddag zo rond 4 uur kwam er een militaire auto het Jan Wintersdijkje oprijden maar hij kon niet verder als de brug bij Harm Huisjes want langs het zuideropgaande lagen aan de ene kant vonders en aan de andere kant smalle brugjes waar geen auto over kon dus moest deze bestuurder zijn weg lopend vervolgen wat hij dan ook deed. Deze bestuurder bleek dus een militaire arts te zijn die kwam controleren of ik wel echt ziek was, onderweg vroeg hij bij één van de meisjes van Fake Doldersum of er in de buurt ook een soldaat kikkert woonde. Arendje wist hem vrij nauwkeurig te vertellen dat deze soldaat ongeveer 500 meter verder woonde maar ze vertelde er niet bij dat ze zelfs een oogje op deze soldaat had. [img=954 width=400 align=left] De militaire arts stapte bij ons de keuken binnen en zag al vrij snel dat de ziekte van mij niet veel voorstelde en gelaste mij dan ook om mij zo snel als mogelijk was bij mijn commandant te melden dus dacht ik dan ga ik morgenvroeg met de eerste de beste gelegenheid maar dat was fout gedacht, ik moest onmiddellijk terug. Dus inpakken en wegwezen naar het station en met de eerste trein naar Meppel. Bij de kazerne aangekomen bleek dat mijn bataljon al op oefening was maar de jongens hebben maar één nacht buiten gebivakkeerd en toen is op last van de geneeskundige dienst de oefening afgelast vanwege de kou maar toen hadden verschillende jongens al bevroren vingers of tenen, ik werd later veroordeeld tot een weekend lichte straf dat wil dus zeggen je mocht niet van het kampterrein af en je mocht niet in de kantine komen, en je moest je op een vast tijdstip of soms ook wel willekeurig melden bij de officier van dienst al naar gelang in welke stemming die was, ons gebouw lag vrij ver achteruit en wij hadden dan ook een oude fiets achter het gebouw staan en zodra dan de bel ging sprongen we met twee en soms ook wel eens met drie man op de fiets om ons te melden. In Mei 1956 ben ik afgezwaaid wel ben ik later nog twee keer teruggeweest voor herhalingsoefeningen maar dat stelde niet veel voor. Stoffer Kikkert Elim.
Post
gepost door Stoffer Kikkert op za 16 aug 2008
De dorsmachine komp er an
As teengwoordeg het koorn riepe is dan wordt de loonwarker bespreuken en die komp mit een grote combine en s aovends heb ie het zaod in de zakken en het stroo an pakkies of grote rolln op t laand liggen wat een gemak he, dat was vrogger wel aans, ik kan mij nog goed de tied herinnern van net nao de oorlog en begun jaoren 50 toen hadden al die keuterboerties een kaampie koorn van een paar akker tot zeg mar een bunder`en dat was dan meestal rogge of haver of tarwe vaake veur eigen gebruuk en natuurlijk veur t vee want haversro was s winters goed voer veur t vee en in haverstro zaten s winters minder moezen. Mar umdat het bij oons toen nog een wirwar van wieken was mus alles mit de haand gebeurn en t vervoer mit de bok. [img=80 width=300]Het koorn maain gebeurde mit de zichte en de welhaoke dan kwaamp er iene achteran en dat was meestal de vrouwe die mus de bossen bienden, haver kwaamp iene baand umme en rogge twee umdat rogge veule langer was. Tegen de aomd dan worden de bossen op hokken ezet um te dreugen nou en as dan dat hiele laand vol stund mit roggehokken dan was dat veur oons natuurlijk ok weer een geweldige plek um wegkroepertie te doen want zuukt mekaar mar ies op as daor wel viefteg van die roggehokken staot, ja en zo kunn wij oons dagen vermaken, [img=81] dan nao een dag of wat as er sprake van was dat de dorsmachine kwaamp dan worde de bok ophaalt en het mus natuurlijk wel dreug weer wezen dan worde op draagestokken alles naor de bok esjouwd het worde allemaole netties opstapeld een dekkleed er aover want het kun best een paar daangen duurn veur ai an de beurte waarn want er lag soms een hiele rij in ?t zuderpgaonde op zien beurte te wachten. Want de dorsmachine kwaamp dus één keer per jaor zo teeng de harfst as t eerste koorn maaid worde en dan hadden ze een vaste plek achter Jan vd Weide an de carstenswieke op de hoek mit het zuderopgaonde daor had Jan vd Weide een fietsemakerije en op de hoek van de carstensdiek woonde Berend Fieten en die had achter zien grond langs een pad naar de carstenswieke en daor had Jan vd Weide een garage staon want hij was de eenigste in de buurte die een auto hadde. En langs dat pad gung ok de dorsmachine naor de carstenswieke want die bokken mit koorn mussen allemaole de carstenswieke in. [img=82 width=500] As de eerste bokken mit koorn anlegt wordn in t zuderopgaonde dan wusse wij as kiender al dat de dorsmachine gauw kwaamp en daor verheugden wij oons van teveurn al op want op die grote bulten mit stropakken wat kun ie daor geweldig op speuln zo deden wij wegkroepertie tussen de stropakken en ai dan ok nog een pak stro aover oe hen trokken dan kun je toch gien iene vienn of ie gooidn er ies iene in de kafbulte nou dat was altied dikke pret, mar as de machine in warking was mussen wij uut de buurte blieven want dat was levensgevaorlijk mit al die draaiende riemen. [img=83 width=500] Het plaatsen van de dorsmachine was nog een hiel wark, eerst worde de dorskaste op zien plek ezet en vervolgens kwaamp de pers daor achter zodat het stro vanuut de achterkaante van de dorskaste in de opvangbak van de pers viel dan werden alle wielen vast zet op holten blokken vervolgens kwaamn de kafpiepen er an en dan mus die zwaore trekker er veur dan werd de andrief reeme er anbracht en strak etrokken en dan kun het eingelijke dorsen begunnen.Ik heb mij vrogger wel ies ofvraogd waorumme as er een slag in die reme zat as de dorsmachine warkte en iene die jaoren bij de dorsmachine warkt hef kun mij daor alles aover vertellen, hij vertelde mij dus as die slag niet in de reme zit loopt de dorsmachine de verkeerde kaante op of ie mussen de trekker an de aandere kaante van de machine zetten en dat kun dus ok niet dat was mij dus dudelijk. [img=84 width=300] Het dorsen op zich was best nog een umslachtig wark want elke bos rogge kwaamp bij verschillende meensen an de vorke. De eerste die stunt op de bok en die gooide ze mit de vorke op de wal daor stunt er weer iene die de bossen naor boven steuk op de dorskaste en daor stunt er dan weer iene die de banden deursneed en er veur zorgde dat de bossen achter mekaar in de dorskaste kwamen.en an de veurkaante van de dorskaste werd het graan opvangn in zakken en ofweugen een mud haver was naor ik weet 50 kg en een mud rogge 70 kg de zakken kwamen dan op een zakkenheffer te staon en die bracht ze zo wiet naor baoven dat de boer ze makkelijk op de rugge kun kriegen. Ok was er nog een aparte opvang veur onkreudzaoden want die gebruukte de boer weer um deur het zaod dat hij veur het varkensvoer gebruukte te mengen. [img=85 width=300] Op de stropers zat een zg peerdekop die het stro stief in de pers drokte, an de stropers warkten drie mensen de naoldinvoerder zorgde er veur dat de pakken op de juuste lengte maakt worden deur de naolde tussen de pakken te stikken, dit was een secuur warkie want de naolde mus er inbracht worn op het moment as de perswagen in zien achterste stand stunt en ai dat niet op tied deden leverde dat nogal ies een kromme naolde op en dan mus ie ok nog zorgen veur het vastbienden en het ofknippen van het draod.En dan was er nog de pakkendrager die nam de stropakken zodra die uut de pers kwaam op de rogge en stapelde die dan op een grote bulte en die gung trapsgewies naor baoven um de bulte mar zo hoog meugelijk te kriegen en dat waarn toen gien stropakkies zo as ze teengwoordeg uut de combine koomt nee die waarn meer as én keer zo groot, het waarn dan ok flinke kerels die bij een dorsmachine warkten en um gien stro en kaf in de nekke te kriegen maakten ze van een juutezak een puntmusse die as heur ok aover de rogge hung. As dan een boer zien bokvol er deur was kun hij het zaod weer in zakken in de bok zetten en metnemen naor huus daor worde het gedeeltelijk verkocht mar ok een deel worde zulf gebruukt veur veevoer mar het gebeurde ok nog wel ies dat ze er direkt mit naor Dirk Eshuus naor de meule gungen en dan het metene lieten maalen want ze waarn ja toch al dichte in de buurte. [img=86 width=250] Het roggestro werd meestal gebruukt veur strooisel in de stallen en de varkenshokken mar het haverstro was weer een goed veevoer en natuurlijk as beddestro want in de bedsteden lag aoveral stro in en ai al een slaopkamer hadden mit een ledikant dan gebruukten ze een strozak. Ok de haverdoppen kregen nog een goeie bestemming daor vulden de meeste mensen de kussens mit. Ik kan mij nog wel herinneren dat er soms wel meer as 25 bokken mit koren in t zuuderopgaonde lagen te wachten tot ze an de beurte waarn en as er dan een bok mit mooie haver an de beurte was dan haalden wij een paar zakken mit haverdoppen op want daor worden dan de kussens mit vult en dan hadde wij veur de winter weer een hiel schoon bedde. Ik kan mij nog herinneren dat in de jaren 50 toen de dorsmachine an t zuuderopgaonde stunt er een keer een ernstig ongeluk mit gebeurt is, op een gegeven moment knapte die lange andriefreme en de machinist die meestal in de buurte van de trekker was kreeg een klap van die reme in zien gezichte hij hef het wel aoverleeft mar hef er wel een deerlijk verminkt gezichte van aoverheuln. Elim 8-8-2008
Post
gepost door Stoffer Kikkert op ma 21 apr 2008
Op reis met Jan Plezier
[img=71 width=400] Op Donderdag 17 April hebben we een prachtige boottocht gemaakt met de hypermoderne rondvaartboot Jan Plezier uit Meppel. Om kwart voor 9 arriveren we aan de Prins Hendrikkade in Meppel waar de Jan Plezier al klaar ligt voor vertrek. Wij en dat zijn dus mijn vrouw en ik en mijn zus en zwager uit Hoogeveen. We gaan aan boord en zoeken een mooi plekje uit maar de keuze is al beperkt want de boot is al bijna vol, er is plaats voor 150 personen maar de belangstelling voor deze reizen is groot. Om 9 uur vertrekken we uit Meppel en gaan via het meppellerdiep richting Zwartsluis het is prachtig weer met aan bijde kanten een prachtige natuur en buitelende kievitten. [img=72 width=400] er schijnt een lekker zonnetje maar op het bovendek is het nog een beetje fris vanwege de oostelijke wind. Aan boord worden we verwelkomd met koffie en een heerlijke gevulde koek wat er dan ook prima ingaat. In de salon is het goed toeven want de panoramische ramen rondom geven een geweldig uitzicht op de prachtige natuur die we passeren. [img=73 width=400] Om 10 uur varen we in Zwartsluis de sluis binnen en aangezien het water mede door het stille weer een gelijke stand heeft kunnen we eigelijk gewoon doorvaren en na een kwartier passeren we dan ook al de pont bij Genemuiden. Via het Zwarte meer met links van ons Kampereiland varen we via het ketelmeer onder de N 50 door en via ramspol en schokkershaven krijgen we de ketelbrug al in zicht, [img=74 width=400] om half 12 varen we onder de ketelbrug door en zien dan in de verte Urk al liggen met nog een flink stuk over het ijsselmeer met zijn oneindige watervlakte waar veel Urker vissers tegen gevochten hebben varen we om 12 uur het prachtige vissersdorp Urk binnen [img=75 width=400] In de haven van dit mooie stukje Nederland meren we af en gaan een wandeling over Urk maken in Urk heb je prachtige vergezichten over het ijsselmeer maar aangezien het nog vroeg in het seizoen is zijn er nog niet veel toeristen op Urk. Na wat leuke fotos gemaakt te hebben gaan we om één uur weer aan boord en verlaten Urk voor een tocht over het [img=76 width=400] ijsselmeer met rechts van ons de N O Polder varen we richting Lemmer. eenmaal weer op het ijsselmeer kunnen we gebruik maken van een uitgebreid chinees buffet waar iedereen dan ook vol lof over was en zijn maag meer dan voldoende kon vullen. [img=77 width=400] Iedereen heeft dan ook bijzonder genoten ook wat betreft de organisatie was het prima in orde. Om half drie komt Lemmer in zicht en hier verlaten we het ijsselmeer en varen het Prinses Margrietkanaal op in de salon kun je via het navigatiesysteem op grote beeldschermen precies zien waar we ons bevinden, om 3 uur [img=78 width=400] passeren we de prinses Margrietsluis en gaan over de grote brekken verder via het Prinses Margrietkanaal aan weerskanten afgewisseld met prachtig natuurschoon en typisch Friese boerderijen. Vervolgens varen we over het koevordermeer door het prachtige Friese waterland, tussendoor kun je aan boord natuurlijk genieten van alle denkbare lekkere drankjes waar dan ook gretig gebruik van werd gemaakt. Water maakt natuurlijk hongerig en dat weten de mensen van Jan Plezier als geen ander en zo werd er dan ook rond 5 uur een voortreffelijke broodmaaltijd geserveerd met een heerlijke kom soep en diverse broodjes. Ook een bezienswaardigheid is als je via het aquaduct over de A 7 vaart naar Terhorne met nog een stukje over het Sneekermeer varen we om 6 uur Grouw binnen hier gaan we van [img=79 width=400] boord en met een mooi zicht over het Pikmeer en nog een laatste foto gemaakt te hebben verlaten we om half 7 met twee luxe touringcars Grouw en om 7 uur arriveren we weer in Meppel waar we afscheid nemen en iedereen voldaan huiswaarts keert. Stoffer Kikkert Elim
Post
gepost door Stoffer Kikkert op wo 05 dec 2007
Onze vakantie in Indonesie
We vertrekken op 17 juli 2000 `s avonds om 9 uur van schiphol voor een vliegreis van 15 uur naar Jakarta met een tussenstop van een uur in Singapore. Ik heb mij voorgenomen om de nacht zo lang als mogelijk is wakker te blijven want op verschillende monitors laten ze je zien hoe hoog je vliegt hoe koud het is de snelheid waarmee je vliegt en natuurlijk boven welk land vlieg je en tegen de ochtend zie je de zon opkomen achter een enorm bergmassief in het oosten, om ongeveer 14.45 uur landen we voor een tussenstop in Singapore. In Singapore verblijven we een uur maar we mogen de luchthaven niet verlaten, wat in Singapore opvalt is de netheid en de strenge regels je ziet dan ook nergens op de vloer een sigarettenpeuk of een stukje kauwgum liggen en weer bij het instappen geld de regel kleine kinderen zwangere vrouwen en bejaarden gaan voor. Om 15.45 uur stijgen we dan weer op voor het laatste tripje van een uur naar Jakarta waar we dan ook om 16.00 uur landen. Van de luchthaven worden we afgehaald door een neef die al enkele jaren in een buitenwijk van Jakarta woont in een groot huis met zwembad en bij elke slaapkamer een badkamer waar we dan ook tijdelijk zullen verblijven, wat je hier direct opvalt is het weer het is hier rond de 30 graden en s nachts koelt het hier bijna niet af, wat ook bijzonder is dat het s avonds om 6 uur donker is en s morgens om 6 uur is het weer licht. De eerste week hebben we besteed aan s morgens lekker luieren met zo nu en dan een frisse duik in het zwembad en s middags tochtjes door de stad naar lokale markten maar ook naar het centrum waar enorme winkelcentras zijn van wel 10 verdiepingen hoog met enorm veel artikelen voor zeer lage prijzen, op een van de bovenste verdiepingen is bv een kunstijsbaan waar je naar hartelust kunt schaatsen terwijl het buiten 30 graden boven nul is. Ook hebben we een bezoek gebracht aan het Ereveld Menteng Pulo het oorlogsgravenkerkhof waar eind jaren 40 ongeveer 3500 Nederlandse militairen en Knil soldaten gesneuveld zijn en hier begraven liggen. [img=59 width=400] Als je het kerkhof betreed wordt je meteen aangesproken door een Indonesiese militair die je in goed Nederlands vraagt wie je zoekt en of hij je mischien kan helpen. Ook hebben we de eerste week nog een bezoek gebracht aan een theeplantage en een botanische tuin met in het midden door water omgeven een groot wit gebouw wat de laatste jaren dienst doet als buitenhuis voor de President maar vroeger gebouwd is door de Nederlanders als een soort kuuroord. (huize buitenzorg) dit kun je afleiden door de aanwezigheid van een klein kerkhof in het park waar voornamelijk Nederlandse vrouwen en kinderen begraven liggen. Via een 6 baans tolweg gaan we terug naar Jakarta en wat je dan het eerste opvalt als je de stad binnenrijd is het grote aantal verkopers en bedelaars die bij de stoplichten staan te wachten op een kleine gift. Bedelen is ook in Jakarta niet toegestaan maar als je een zichtbare handicap hebt wordt het oogluikend toegestaan. In de binnenstad is het erg druk maar iedereen geeft elkaar de ruimte je ziet dan ook heel weinig verkeersongevallen de Javanen zijn dan ook vriendelijke en behulpzame mensen die je direct hulp aanbieden als je iets zoekt. Jakarta is een wereldstad met meer dan 5.000.000 inwoners. [img=63] Op Zondag 6 Augustus vertrekken we voor een tocht van 10 dagen over het eiland Java. Vanaf Jakarta gaan we eerst in de richting Bandung waar je je onderweg vergaapt aan de landelijke tafereeltjes zoals we die alleen maar uit de geschiedenisboekjes kennen waar je de Javanen bezig ziet op de rijstvelden met een karbouw voor een houten ploeg en waar hoofdzakelijk de vrouwen de rijst planten hier heeft de tijd echt 50 jaar stilgestaan. Ook zie je langs de weg enorme rubberplantages, de bomen kenmerken zich door een spiraalvormige groef in de boom van boven tot onder waar het vloeibare rubber doorloopt en beneden opgevangen wordt in een bakje onder aan elke boom.Ook hebben we bij Bandung een bezoek gebracht aan een van de vele vulkanen die Java rijk is [img=64 width=400] Onderleiding van een gids kun je afdalen tot onder in de krater waar het borrelt en sist en allerlei bronnen heet water spuiten we zagen zelfs mensen die er eieren in kookten anderen zaten met blote voeten in een bron die weer iets minder heet was al met al een geweldige ervaring om mee te maken.,de nacht hebben we doorgebracht in het Chedi hotel in Bandung. De volgende morgen zijn we vertrokken van Bandung via Garut en Tasikmalaya naar Pangandaran bij de stad Garut eindigt de tolweg en gaan we via lokale wegen verder die een stuk slechter zijn maar wel weer ontzettend rijk aan natuurschoon, we rijden door een schilderachtig gebied met kleine bergdorpjes en veel rijstvelden langs de weg staan ook verschillende textielfabriekjes.Tijdens de kolonieale periode was de streek rond Garut de vakantiebestemming bij uitstek Zo omstreeks 3 uur komen we aan in een kampong met de prachtige naam Sampireum [img=65 width=400] Deze kampong bestaat uit allemaal bamboe huisjes met een rieten dak en allemaal rond een grote vijver met paadjes van natuursteen en omgeven door prachtige bloemen. We waren nog maar amper aangekomen in ons huisje toen er een boot aan de steiger aanlegde en ons als welkomstgeschenk ons een exotisch drankje en een mand met de lekkerste inlandse vruchten bracht, een restaurant in zo n kampong bestaat eigenlijk alleen maar uit een dak op een aantal palen maar je kunt er heel lekker eten voor maar een paar cent onder het genot van live muziek en de bediening slooft zich ontzettent voor je uit. Na een heerlijke nacht slapen zijn we s morgens al weer vroeg vertrokken voor eenrit van ongeveer 80 km verderop naar de stad Pangandaran aan de Indische oceaan maar onderweg zijn we nog wel diverse keren gestopt om wat te eten en natuurlijk om een paar mooie fotos te maken want je kijkt echt je ogen uit je ziet bananenbomen waar enome trossen bananen aan hangen maar ook ananassen en kokosnoten groeien hier in overvloed. Onderweg zijn we nog even gestopt om een bezoek te brengen aan een kleine kampong. Kampung Naga is een van de weinige Sundanese kampungs in deze streek. De ligging van de kampung is schitterend in een dal waar de tijd echt 100 jaar stil gestaan heeft daar heeft men echt helemaal niks geen gas of electra geen water of telefoon er staat zelfs geen tafel of stoel in het schamele hutje men leeft daar van wat de natuur hun bied de enige inkomsten zijn van toeristen waarvoor ze souvenirs snijden uit hout zo hebben ze voor mij voor een paar roepia?s een prachtige kikker gesneden die dus uniek is en ook voor enkele roepia?s snijd men het kapje van een kokosnoot af prikken er een gaatje in een zelfgemaakt rietje erin en drinken maar, de kampongbewoners zijn hele vriendelijke nederige mensen die zeer vereerd zijn met bezoek uit Nederland. Om het Dorp te bereiken moet je afdalen langs een steile trap die je op de terugweg dus ook weer naar boven moet wat best vermoeiend was. [img=66 width=400] We verlaten deze kampong en vervolgen onze weg in de richting van de stad Pangandaran onze reis gaat weer langs kronkelende bergwegen met prachtige landschappen, wanneer we Banjar bereiken zo n 65 km ten noorden van Pangandaran ben je vlakbij de grens met midden-Java vanaf hier voert een kronkelige weg naar de in het zuiden gelegen toeristenplaats Pagandaran en zo tegen 5 uur in de avond bereiken we de rand van de stad waar we even stoppen om te informeren naar een goede slaapplaats voor de komende nacht en dan blijkt er direct iemand bereid om op zijn brommer voor je uit te rijden om iets te zoeken en na enig zoeken vinden we dan ook een prachtig hotel restaurant op nog geen 100 meter van het strand van de Indische Oceaan, hier huren we 2 kamers voor 2 nachten (een indruk van de prijs van een kamer) we huurden een kamer voor 3 personen met douche en wc ?s morgens ontbijt en ?s avonds een diner voor 15000 roephia per kamer is f.45 dus f.15 per persoon. Eerst maar eens wat gewandeld over het strand van die enorme oceaan met huizenhoge golven en zijn gevaarlijke stromingen elk hotel heeft dan ook een eigen zwembad omdat het zwemmen in de oceaan wegens gevaar wordt afgeraden. ?s Middags hebben wer een bezoek gebracht aan de vissershaven dit keer hebben we ons laten vervoeren door een betjak (fietstaxi) ook hier sta je versteld hoe de vissers op primitieve wijze met hun kleine bootjes de zee bevaren en de mandjes met vis op hun hoofd aan land brengen waar ze meteen schoongemaakt worden en in de zon te drogen gelegd. [img=67 width=400] Per betjak hebben we ons weer terug laten brengen naar ons hotel, verder hebben we ?s middags onder leiding van een gids nog een kanotocht gemaakt over een rivier tussen bergen en spelonken door soms overwoekerd door enorme bananenbomen.en aan het eind van de tocht wordt de motor uitgezet en ben je echt een met de natuur met het geluid van inheemse vogels en oerwoudgeluiden. Op Donderdag 10 Augustus vertrekken we ?s morgens om 8 uur uit Pangandaran voor een rit van ongeveer 100 km naar de stad Wonosobo we denken ongeveer 7 uur nodig te hebben voor deze rit maar volgens onze chauffeur is er ook een kortere weg maar naar later bleek was dit niet de verstandigste keus, deze weg voerde ons langs soms bijna onbegaanbare wegen met allerlei obstakels en kuilen over een afstand van zo?n 40 km maar wel weer bijzonder wat betreft natuurschoon we kwamen dan ook uren geen enkele auto tegen en als we eens stopten om een foto te maken zag je uit de bosjes mensen tevoorschijn komen die kwamen kijken naar die twee rare voertuigen met witte mensen er in. Na een rit van zo?n 3 uur door het binnenland van midden Java komen we weer op een vrij goed begaanbare weg, de volgende 20 km is het dan ook goed rijden door verschillende leuke dorpjes met weinig of geen autoverkeer maar wel veel paarden en fietstaxi?s Na een uurtje rijden verlaten we deze weg weer om via een bergachtige weg van ongeveer 40 km richting Wonosobo te rijden onze rit voerde door een prachtig gebied met bergen van zo tegen de 1500 meter hoogte onder een stralende hemel met bijzondere vergezichten. Om 3 uur in de middag rijden we de stad Wonosobo binnen. Alwaar we onze intrek nemen in het luxiuize hotel Kresna Wonosobo, dit is een chic hotel met 115 kamers maar door de crisis in Indonesie waren er maar 5 kamers bezet en de eigenaaresse een Nederlandse van afkomst was dan ook snel bereid om voor een lage prijs ons 2 kamers te verhuren. De volgende dag brengen we een bezoek aan het Dieng Plateau dat ligt zo?n 30 km ten noorden van Wonosobo op een hoogte van 2500 m dit is een berg die van onder tot boven helemaal vruchtbaar gemaakt is en in plateaus aangelegd van zo?n 6 a 7 m breed hier teelt men hoofdzakelijk rijst en tabak, via een leiding brengt men van beneden water naar boven dat vloeit over de eerste rijstvelden heen en verspreid zich steeds verder naar beneden iedereen neemt wat hij nodig is en leid dan het water weer verder naar beneden en zo herhaalt dit zich regelmatig. Ook hier hebben we nog even een bezoek gebracht aan een van de vele vulkanen die Java rijk is want je krijgt er echt geen genoeg van en om 1 uur hebben we onze koffers weer gepakt om te vertrekken naar onze laatste pleisterplaats Yogyakarta waar we van plan zijn 3 dagen te verblijven. Via een prima weg waar we door een aantal grotere plaatsen komen zoals bv Temanggung en Magelang met elk zo rond de half miljoen inwoners rijden we om 4 uur s middags de stad Yogyakarta binnen dit is een stad met meer dan 1 miljoen inwoners en in het centrum van de stad stikt [img=68 width=400] het van de fietstaxis en de paardetaxis maar na enig zoeken en vragen vinden we in het centrum van de stad een leuk hotel genaamd Peti Mas het is een mooi hotel met een prachtig zwembad en een vriendelijke bediening. Na een lange dag en een heerlijke maaltijd is het dan ook heerlijk rusten want de volgende morgen moeten we al weer vroeg opstaan want er is nog zoveel te zien. Op Zaterdagmorgen 12 Augustus stappen we om 9 uur weer in de auto om een bezoek te brengen aan een van de 7 wereldwonderen uit de oudheid nl de tempel De Borobudur, dit is een van de grootste Boedhistische bouwwerken ter wereld. De tempel is 123 m breed en heeft een hoogte van 33 meter en telt 1512 beeldhouwwerken wie dan ook op Java komt moet dit gezien hebben. [img=69 width=400] Onderweg nog even een bezoek gebracht aan een zilverfabriek waar ik speciaal een zilveren kikker voor mijn verzameling gekocht heb deze is dus ook uniek in de wereld. Namiddag hebben we in het centrum van de stad een bezoek gebracht aan het paleis van de Sultan van Yogyakarta dan is het verschil tussen arm en rijk goed zichtbaar binnen de hekken van het grote park is het een grote weelde en zodra je weer buiten de hekken bent zitten de mensen in de schaduw van een palmboom te picknicken en gebruiken ze geen bord maar een blad van een bananenboom en eten gewoon met hun vingers. De Zondag hebben we gebruikt om lekker te zwemmen en te luieren en s avonds is onze chauffeur met onze bagage vertrokken voor een rit van 12 uur naar Jakarta, en wij zijn na een lekkere nachtrust met een taxie naar het station gegaan waar we om 9 uur zijn vertrokken voor een rit van 7 uur met de trein naar Jakarta, we rijden 1e klas en onderweg stoppen we maar in 2 grote steden nl Purwokerto en Cirebon allebij steden met bijna een 1.000.000 inwoners. Ook een treinreis door Java is adembenemend je rijd door bergen over ravijnen en langs rijstvelden en onderweg wordt je rijkelijk voorzien van eten en drinken ook gebeurt het onderweg nog wel eens dat de trein stopt of heel langzaam omdat we een kampong passeren en waar dan spelende kinderen bij of soms op het spoor zitten. Als je dan in de namiddag de stad Jakarta binnenrijd zie je de hutjes en de armoede weer ongelofelijk om nooit te vergeten. De trein staat nog maar amper stil of verschillende mensen op het station komen de trein in om je te helpen met je bagage naar de auto want de Javanen zijn zeer behulpzame mensen. Na een half uur rijden waren we weer op ons logeeradres in een buitenwijk van Jakarta. [img=70] Wat je hier ook opvalt is dat de Javanen om te zitten geen stoel nodig hebben, met de voeten plat op de grond gaan ze door de knieen en hurken neer dit kunnen ze uren volhouden en zo nemen ze de nieuwtjes van de dag door. Na nog enkele dagen met onze familie in Jakarta doorgebracht te hebben zijn we Donderdagavond 17 Augustus om 7 uur weer vertrokken van het vliegveld van Jakarta en zijn na een vlucht van 15 uur Vrijdagmorgen om 6 uur weer veilig geland op schiphol. Arendje en Stoffer Kikkert Elim.
Post
gepost door Stoffer Kikkert op vr 31 aug 2007
De motorrit in de nacht
Op de motor. We woonden al enkele jaren aan het zuideropgaande het was denk ik ongeveer in het jaar 1956 toen mijn broer Jan en ik besloten om samen een motor te kopen de regels en wetten waren toen een stuk minder streng dan heden ten dage je kon bv bij de Gemeente een 30 dagen kaart aanvragen en dan kon je 30 dagen in de hele gemeente rijden maar je moest natuurlijk wel 18 jaar zijn. [img=58 width=400] We besloten dus om samen een DKW 125 cc te kopen waar we wat op konden rondtoeren en meteen een beetje oefenen om later een rijbewijs te halen want ja als je toen een motor had dan werd daar door de jongens uit de buurt met glunderende ogen naar gekeken, zo ook onze twee jongere broers Karst en Freek die er niet bij weg waren te slaan als we weer eens de motor over het draaivonder duwden want dat draaivonder lag bij ons recht voor het huis en daar kon je alleen niet makkelijk tegenop komen maar als je eenmaal aan de andere kant was dan lag er een mooi fietspad met brugjes van wel 80 cm breed dus kon je makkelijk naar hollandseveld toeren en weer terug maar meestal gingen we bij het Jan Wintersdijkje over de brug want de afspraak was vaak , niet wieder as pullen Henne heur en dan weer trogge. [img=484 width=400 align=left] Henne was de vrouw van Harm Huisjes en die was pullenvaarder vandaar de naam pullen Henne zoals iedereen in de buurt haar eigenlijk het beste kende. Harm en Henne hadden ook een klein kruidenierswinkeltje waar de mensen uit de buurt de nodige boodschappen deden bij nader inzien hebben we nooit kunnen begrijpen dat de winkel nog zo lang is blijven bestaan want volgens mij heeft Henne nooit leren rekenen en daar maakte de jeugd uit de buurt nog wel eens ge(mis)bruik van het gebeurde wel eens dat de jongens met nog meer wisselgeld terugkwamen dan ze meegenomen hadden en dan natuurlijk ook nog de nodige boodschappen. Dus je snapt wel dat de jongens uit de buurt graag een boodschap voor moeder deden en dan haalden ze nog het liefst koffie of sigaretten want die moesten namelijk droog bewaard worden en waar kon je dat het beste doen? In de keuken natuurlijk achter de kachel in de schoorsteenmantel want dat was de droogste plek in huis maar dat betekende wel dat Henne achteruit slofte naar de keuken om de koffie of sigaretten te halen en dat duurde dan nogal even en in die tussentijd had je natuurlijk een zee van tijd om eens in de winkel rond te kijken en daar stonden dan ook van die grote potten met snoep en drop die er wel erg verleidelijk uitzagen maar ach wat klets ik het is toch allemaal al verjaard. [img=802 width=400 align=left] O ja ik vertelde over die motor nou die stond bij ons altijd in het achterhuis en de deuren waren bij ons altijd open want inbreken dat gebeurde alleen in de grote stad de motor stond trouwens ook niet op slot want zo?n motor moest je nog starten met een kickstarter (aantrappen) dus eigenlijk kon iedereen er zo op wegrijden . Die twee jongere broers waar ik het over had keken dus met lede ogen toe hoe wij onze rondjes op de motor draaiden maar ja ze waren nog maar 15 jaar en dan mag je natuurlijk nog niet op een motor rijden al zou je het ook kunnen en mijn broer en ik vonden dat natuurlijk ook niet goed voor zulke jochies stel je voor. Wij woonden met ons gezin in een vrij groot huis maar ja we waren immers ook met zijn tienen vader moeder vijf broers en drie zussen, het huis waarin we woonden was vroeger een kruidenierswinkel geweest en dat had mijn vader in 1950 laten verbouwen tot woonhuis met boven 3 slaapkamers en beneden was ook een slaapkamer. [img=62][img=408 width=400 align=left] Het was dus niet als tegenwoordig dat ieder zijn eigen slaapkamer heeft nee wij sliepen met 2 of 3 in een slaapkamer en nou wilde het toeval dat de beide broers de tweeling dus in de kamer beneden sliepen op zich niks mis mee dus ware het niet dat als je boven sliep niet hoorde wat er beneden gebeurde. Als s nachts alles in diepe rust was en zo tegen de morgen dat het licht begon te worden glipten de beide broers zachtjes uit bed kleden zich snel aan pakten de motor uit het achterhuis duwden de motor over het draaivonder liepen er nog zo?n 50 meter mee en als ze er van verzekerd waren nou horen ze ons niet meer dan trapten ze de motor aan en reden over het fietspad langs het zuideropgaande naar Hollandseveld zo maakten ze samen een paar rondjes om het ander rijdend en als ze dan terug kwamen zetten ze bij Aaldert Zomer voor het huis de motor weer af duwden hem de laatste 50 meter terug naar het draaivonder gingen voorzichtig over het vonder zetten de motor weer binnen en gingen weer rustig naar bed alsof er niks gebeurd was hoelang dit zo doorgegaan is weten we eigenlijk niet, maar door een stom toeval kwamen we achter de waarheid, we leefden dus in een tijd van wijken en vonders auto s konden niet bij ons huis komen maar auto?s waren er ook maar heel weinig zo reden b v de Politie en de Dokter op een zware motor dat was natuurlijk ook nodig met slechte wegen en wijken met een smal zandpad. [img=61 width=400] De broers zetten de motor altijd af net voor het huis van Aaldert Zomer en Lamme dat waren mensen met een klein boerderijtje die s avonds met de kippen op stok gingen maar ook ?s morgens al weer vroeg uit de veren waren en als je dan net wakker was en je hoorde een motor stoppen dacht je meteen aan de dokter en aangezien je in een buurtschap woonde waar iedereen elkaar kende hield je dat natuurlijk ook in de gaten en zo zagen deze mensen dat de motor over t vonder ging naar Berend Kikkert met Mette en dan werd natuurlijk de link met een zieke gauw gelegd want bij zo?n groot gezin is er wel eens vaker iemand ziek. Later op de morgen als iedereen een beetje wakker is komt Lamme over t vonder sloffen en stapt bij mijn moeder de keuken binnen zij begroet mijn moeder en zegt Mette hebben jullie ziek volk? Mijn moeder kijkt Lamme verbouwereerd aan en zegt welnee zij bint allemaole zo gezond as een vis mar waorumme vraog ie dat Lamme? Nou zeg Lamme vanmorgen al hiel vrog stopte hier een motor en die gunk naar jullie toe en toen zeg Aaldert volgens mij giet de dokter naar Berend mit Mette der is er vaste eene ziek gaot dalijk mar ies eem kieken en neemt alvaste mar 10 eier mit. Nou mien moe wus niet wat as ze der an hadde zij stund veur een raodsel en Lamme is weer schuddekoppend naar huus egaone wij hebt heur nog heurn mompeln jonge jonge hoe ist toch meugelijk mar t was wel waor. Als s avonds het hele stel weer thuis was en gezamenlijk zaten te eten kwamen de verhalen wat iedereen zoal beleefd had los toen iedereen zijn zegje gedaan had zei mijn moeder ik heb vandaag ook nog iets geks beleefd en iedereen was natuurlijk een en al oor want als moeder wat beleefd had dan was het ook wel iets bijzonders. Moeder vertelde in geuren en kleuren dat Lamme al vroeg over ?t vonder kwam en dacht dat er bij ons iemand ziek was ze hadden het zelf gezien de dokter ging naar ons toe ze had alvast 10 eieren meegenomen, nou en toen werd het stil aan tafel en iedereen keek mekaar aan doch er waren er twee bij die niet goed wisten welke kant ze op moesten kijken en ja hoor toen kwam de aap uit de mouw en bekenden de tweeling dat zij de boosdoeners waren, wij konden er later best om lachen. Elim Stoffer Kikkert 31-8-2007 [img=803 width=400 align=left]
Post
gepost door Stoffer Kikkert op do 16 aug 2007
Daar bij die molen
Het ontstaan en de ondergang van een korenmolen aan het zuideropgaande. De molen aan het zuideropgaande heeft net de honderd jaar niet kunnen halen, toen de slopershamer er voorgoed een einde aan heeft gemaakt. Het boven gedeelte is midden jaren "50 afgebroken en het onderste gedeelte werd in 1961 afgebroken en dat betekende het einde voor een beroemde korenmolen in hollandscheveld. Arend Eshuis was in 1866 de stichter van de molen aan het zuideropgaande.(Lammert Wimmenhove schreef over hem) Arend Eshuis was het eerste gemeenteraadslid uit hollandscheveld in de gemeenteraad van Hoogeveen, dit was in het jaar 1883. Hij was 12 jaar gemeenteraadslid van de gemeente Hoogeveen voor welke partij heb ik helaas niet meer terug kunnen vinden. Aan de westkant van het zuideropgaande voor ons was dat de smalle kant, deze kant was vanaf de Carstensdijk tot aan de gereformeerde school begaanbaar via een zandpad en over elke wijk lag een vonder in de vorm van een houten plank van ongeveer 40 cm breed. Daarnaast aan één kant een houten paal die als leuning dienst deed. Aan de oostkant lag een verhard fietspad met over elke wijk een ijzeren brugje van 80 cm breed en aan weerskanten een ijzeren leuning. Je kon gemakkelijk over deze brugjes fietsen! Zelfs de bakker met zijn brede mand voorop de transportfiets lukte dit toch nog vrij gemakkelijk.. [img=55 width=400] Recht voor de woning van Arend Eshuis lag een draaivonder. Deze draaivonders hadden ook maar aan één kant een leuning maar ze waren wat breder dan de vonders, ongeveer 60 cm. De wijk waaraan de molen stond was de calkoenswijk (in de volksmond de luie wieke genoemd) In 1866 werd Arend Eshuis eigenaar van een stuk grond tot aan de Rieghoogtensdijk. Eigenlijk te klein voor een boerenbedrijf en zo werd het idee geboren om een korenmolen te bouwen. Als het dan flink waaide was de molen in gebruik en in windstille periodes werd de akker bewerkt. Zijn vrouw Annigje Thomas was de dochter van een Ruiner winkelier en aangezien er ruimte genoeg was in de grote molenaarswoning runde zij hier tevens een buurtwinkel die was gevestigd in de noordoost kant van het grote huis en waar de hele buurt de nodige bootschappen kon doen. In 1866 begon het echte malen op een eigen molen voor Arend Eshuis, zijn opleiding tot molenaar had hij gehad op de Ruiner molen en het getij had hij mee want de landbouw deed het in die tijd in ons land prima. Er werden toen goede prijzen gemaakt voor de diverse landbouwproducten.En als er niet genoeg koren en aardappelen verbouwd werden op de 950 bunder bouwland die Hoogeveen toen rijk was kon er altijd nog door de Hoogeveensche schipperij worden aangevoerd via een groot aantal waterwegen die tijdens het vervenen van Hoogeveen gegraven waren om de turf af te voeren. Want Hoogeveen had in die tijd ook een grote naam op het gebied van schippers en scheepvaart, want veel beurtschippers hadden een dienst op Hoogeveen want het wegtransport mocht in die jaren geen naam hebben. Hoewel de molen, de winkel en de boerderij een groot deel van zijn tijd in beslag namen vond Eshuis toch de gelegenheid om in 1883 zitting te nemen in de Hoogeveensche gemeenteraad.Hij was daarmee de eerste man in hollandscheveld die werd benoemd in die functie. De gemeente Hoogeveen had in dat jaar (1883) 11488 inwoners. Ter vergelijking, in 2004 bijna 50000. Twaalf jaar heeft Eshuis in het college de belangen van het zuidoostelijke deel van de gemeente verdedigd maar aangezien zijn werk en zijn leeftijd dit na 12 jaar hem toch te moeilijk werden stelde hij zijn zetel in de gemeenteraad ter beschikking. Ook liet hij langzamerhand het molenaarswerk steeds meer over aan zijn zoon Dirk, toen een jonge man van 22 jaar die ook vele jaren molenaar is geweest. Dirk Eshuis had meerdere kinderen maar een daarvan zijn zoon Hendrik heeft eind jaren 30 het molenaarswerk overgenomen. Tot in de jaren 50 is er in de molen aan het zuideropgaande nog koren gemalen, de molen was toen echter al behoorlijk vervallen de wieken draaiden al niet meer en de molenstenen werden aangedreven door een elektrische motor die in een soort machinekamer ernaast was ingebouwd. Op 16 augustus 1949 werden molen en huis en erf van D Eshuis en kinderen samen groot 40 are op een publieke veiling in Hotel "Victoria" in Hoogeveen gekocht door mijn vader Berend Kikkert mijn vader was de oudste zoon van de bekende turfvaarder Jan Kikkert, mijn vader kocht in die tijd het hele spul voor een prijs van 4250- gulden van de erven Eshuis De winkel was inmiddels al enkele jaren gesloten alhoewel de gehele inventaris er nog in stond en op zolder ook nog veel voor ons als 15 jarige knapen natuurlijk heel veel interessante spullen lagen om eens door te snuffelen en te onderzoeken wat er van onze gading was en wat we eventueel nog konden gebruiken. Er brak voor ons toen een spannende tijd aan want wij waren niet anders gewend dan het wonen op een wijk, en aan het zuideropgaande woonde je echt in een buurtschap, op de wijk waren de mensen veel meer op elkaar aangewezen daar was de naoberhulp eigenlijk veel meer van toepassing. [img=56 width=400] Het molenaarshuis was een heel groot huis welke aan de zuidkant nog bewoond werd door Hendrik Eshuis . Hendrik Eshuis was dus de derde generatie als molenaar doch tevens ook de laatste want het werd steeds slechter in de malerij en na enkele jaren is hij dan ook noodgedwongen gestopt als zelfstandig molenaar en is verhuist naar Hoogeveen want huur betalen aan een gewone landarbeider vonden ze beneden hun stand. Mijn vader heeft het huis laten verbouwen door Hein Damming van Hollandscheveld. In de lengte is dwars door het hele huis een brandmuur gemetseld tot aan de nok toe en van de winkel is een woonkamer en een eetkeuken gemaakt met beneden ook nog een slaapkamer en in het grote achterhuis werden verder nog een douche en een wc gebouwd wat natuurlijk voor ons een geweldige vooruitgang betekende..Ja een echte douche met warm en koud stromend water nou dat waren we achter op die wijk niet gewend In ons oude huis op de jeulenwijk wasten wij ons in een emmer water welke wij uit de wijk putten en nog weer wat later hebben we een regenbak in de grond gegraven. Dat was dus al weer een hele verbetering alhoewel het nog wel eens voorkwam dat bij een droge zomer de bak droog kwam te staan want als het niet regende kwam er geen water in de bak en die stond dan dus na enkele weken totaal droog. In het midden van de jaren ?50 werd er door de familie Eshuis steeds meer op aangedrongen om het bovenste gedeelte van de molen af te breken omdat het een gevaar ging worden voor de omwonenden vooral bij stormachtig weer wilde er nog wel eens wat naar beneden komen want onderhoud was er de laatste jaren niet meer gepleegd maar aangezien mijn vader maar een doodgewone landarbeider was die geen geld had voor onderhoud en nog minder voor afbraak probeerde die dat natuurlijk zo lang als maar mogelijk was uit te stellen maar dit kon natuurlijk niet eindeloos doorgaan en uiteindelijk werd de druk ook van gemeentewege zo groot dat er naar een oplossing gezocht moest worden en die werd gevonden in de vorm van een molensloper die bereid was in ruil voor het vrijkomende materiaal het gedeelte tot de tweede zolder af te breken en hij moest er verder voor zorgen dat op de tweede zolder de molen weer waterdicht werd en aldus geschiede in het jaar 1954 het betekende teven dat een beeldbepalend bouwwerk voorgoed uit het zicht verdween. Tot eind 1960 heeft de familie Eshuis nog aan het zuideropgaande gewoond toen zijn ze vertrokken naar Hoogeveen waar Hendrik Eshuis een baantje heeft aangenomen bij de conservenfabriek van Lucas Aardenburg alwaar hij tot zijn pensioen heeft gewerkt.Begin 1961 is het restant van de molen afgebroken In hetzelfde jaar is het zuideropgaande gedempt en nu is er van deze hollandscheveldse korenmolen geen spoor meer te bekennen. Stoffer Kikkert Elim 5-4-2004. [img=57 width=400]
Post
gepost door Stoffer Kikkert op di 24 jul 2007
Mijn jeugd op de wieke
In Mei 1945 was de oorlog afgelopen en iedereen kon weer opgelucht ademhalen en vrijuit spreken en het leven begon zijn gewone gang weer te gaan. De oorlog had bij ons geen zichtbare sporen achtergelaten wij gingen weer naar school en vader vond weer werk bij een boer in De Krim en na scooltijd en "s avonds dan was er thuis genoeg te doen zo kweekten we voor eigen gebruik aardappelen en groenten want van een groenteboer een slager of een bakker hadden wij nog nooit gehoord ook een melkboer kenden we niet wij hadden een melkgeit die werd ook wel schertsent de arbeiderskoe genoemd maar aangezien we eingelijk te weinig weiland hadden had mijn vader hier iets op gevonden, tussen het land van Arend Pekel en Eibert Lip was een brede sloot die "s zomers helemaal droog was maar langs de schuine kanten groeide heerlijk mals gras dus liepen we te wandelen met de geit door de droge sloot. [img=50] Ook waren we onze eigen slager zo werden er in het voorjaar 2 biggen gekocht die werden dan grootgebracht met gekookte aardappelen en alles wat er in huis overbleef en in November (slachtmaand) werd de dikste eerst geslacht dan werd Klaas de Slachter (snippe) besprokendie kwam dan al vroeg de wijk affietsen met de bak op de nek en moeder had dan een grote tijl met kokend water klaarstaan, met een soort slagpen schoten ze het varken dood lieten het bloed er uitlopen wat weer nodig was voor de bloedworst dan rolden ze het varken in de grote bak en met behulp van het hete water werd het haar er afgeschrapt. Als dat gebeurd was werd het varken op een ladder gelegd en werd het varken met de achterpoten vastgemaakt aan de kromstok en dan werd de ladder met varken met vereende krachten rechtop tegen de muur gezet als laatste werd het varken dan open gesneden om de ingewanden te verwijderen en te laten afsterven later op de avond kwamen de slachters nog even terug om het varken in porties te verdelen (afhouwen) dan was het verdere werk voor ons zoals het worst maken en het ophangen van het spek aan de zolder (wiemel) het tweede varken werd dan meestal in Februari geslacht. [img=51 width=400] Op de jeulenwijk hebben we leren zwemmen en schaatsen ook zat er veel vis in de wijk van kuikengaas maakten we een fuik we deden er een lange draad aan en gooiden hem dan midden in de wijk we zetten de fuik vast met een draad om hem makelijk weer binnen te kunnen halen dat was weer nodig want als de melkbok of de snikke voorbij kwamen dan vaarden ze de fuik kapot dus we lieten de fuik alleen "s nachts in het water liggen en als je hem dan "s morgens ophaalde zat er meestal een lekker maaltje vis in de fuik. De hengel lag ook altijd klaar voor gebruik dat was geen hengel zoals ze die tegenwoordig kennen nee we sneden een mooie hengelstok uit het bos tegenover ons huis die schilden we af en lieten hem drogen van mooi dun draad maakten we een snoer een plakje van een kurk met daar doorheen een pen van een kippenveer een haakje er aan en je kon vissen. In de wijk zat ook vrij veel snoek dus gingen we ook regelmatig slepen dat deden we met een lang snoer en daaraan een lepeltje met een driehaak door te slepen ging het lepeltje dan heel snel ronddraaien waar we menig snoek mee gevangen hebben.Ik kan mij nog herinneren dat op 4 Juni 1949 stormde en regende dus ideaal weer om een tijdje te gaan snoeken nou ik ving dan ook die middag een kanjer van een snoek ik weet dit nog zo goed omdat die dag mijn zuster Femmie geboren is en de snoek had ik aan een balk in het achterhuis hangen en de zuster die mijn moeder verzorgde was bang voor de snoek en durfde er niet langs. [img=52 width=250] Ongeveer 200 meter bij ons vandaan woonde mijn Opa Stoffer Snippe ook in een boete vlak naast opa woonde oom Gerrit en daar weer tegenover aan de andere kant van de wijk woonde oome Willem en ja hoor het is echt waar allemaal in een boete, tussen oome Gerrit en opa stond een heel klein huisje daarin woonde kleine Greetie dat was een heel klein vrouwtje die door een ernstige ziekte helemaal misvormd was ze was dan ook niet groter dan één meter ze had een paadje tussendoor naar opa waar ze dan ook bijna de hele dag zat bij de fornuiskachel stond een klein stoeltje daar zat greetie altijd op en wij moesten het niet wagen om op haar stoel te gaan zitten wat we natuurlijk wel stiekem deden als we haar hoorden aankomen. [img=53 width=400 align=left] We leefden dus in een tijd zonder leidingwater en electra en van gas hadden nog nooit gehoord nee voor de verwarming stookten we turf en op die kachel kon je dan gelijk je eten koken, en het water dat haalden we gewoon uit de wijk in de wal hadden we een waterbank om makkelijk bij het water te komen het gebeurde wel eens dat moeder nog snel een paar emmers water moest putten want dan had ze de snikke op de pullebok aan zien komen anders was het water de eerste uren te troebel. [img=54 width=250]Op een gegeven moment kocht mijn Vader een regenbak die haalden we per bok uit hoogeveen zo"n regenbak bestond uit 3 ringen van 1.50 m doorsnee en een meter hoog in de onderste ring zat een bodem daarop kwam de tweede ring en de laatste ring die er op kwam had vanboven een vierkant gat van 1x1 meter daarop kwam een betonnen huisje van één meter hoog met hierop een deksel.Van hout werden er goten gemaakt om het water op te vangen nog een pijp eraan en het wachten was op de regen. Voor de verlichting gebruikten we een petroliumlamp die aan een dikke spijker in het midden van de kamer aan de zolder hing en in het achter huis hing meestal een stormlantaarn welke je ook buiten kon gebruiken.
Post
gepost door Stoffer Kikkert op za 14 jul 2007
Het leven tijdens de oorlog
Ik ben geboren op 1 Juli 1935 aan de Reinder van Oostenswijk als tweede zoon van Berend Kikkert en Metje Snippe het huis is al jaren geleden afgebroken en ik kan me van die eerste 3 jaar dan ook heel weinig herinneren het eenigste dat ik weet is dat mijn vader in 1938/39 aan de jeulenwijk een half bunder grond kocht met daarop een boete (noodwoning)Tijdens de oorlog heeft mijn vader voor de boete een stenen voorhuis laten zetten en enige jaren later net na de oorlog in 1946 is de boete er achter weggebroken en is er ook een stenen achterhuis aangebouwd met een geitenhok en twee varkenshokken. Ik heb mijn hele jeugd doorgebracht aan de jeulenwijk en dat was best spannend want in Mei 1940 brak de oorlog uit en op zich hoorden we daar niet zoveel van want tv hadden we toen nog niet zelfs nog geen radio maar we zagen wel regelmatig duitse soldaten die de wijken afstroopten en allerlei dingen in beslag namen zoals vee om te slachten en fietsen want die waren ze nodig langs al die smalle paadjes. [img=48 width=400 align=left] In 1942 moest ik naar school dat was naar de ol school aan het zuideropgaande die school is eind jaren "60 afgebroken, we gingen lopen naar school want bij ons thuis was maar één fiets en die was vader nodig voor zijn werk, maar als we flink doorstapten dan deden we er ongeveer 3 kwatier over en natuurlijk "s avonds weer 3 kwartier terug. Het gebeurde soms dat ik alleen terug kwam uit school en dan zag ik half op de wijk al een stel Duitse soldaten aankomen met een bok (vaartuig)vol in beslag genomen fietsen dan ging ik in een grote boog door het weiland er omheen want we waren echt wel een beetje bang voor die Duitse soldaten als ze ons mee zouden nemen. In 1944 werd onze school gevorderd door de Duitsers ze gebruikten de school als een soort kazerne met allemaal prikkeldraad er omheen, wij kregen toen les in café Fieten maar aangezien de beperkte ruimte gingen we om de dag naar school. Ik ben dat schooljaar dan ook blijven zitten met de mededeling in mijn rapport "blijft zitten door teveel verzuim" In het laatste oorlogsjaar vlogen er soms honderden Engelse bommenwerpers over en die werden dan aangevallen door Duitse jagers dan zag je zomaar opeens een vliegtuig brandend omlaag komen het dichtstbijzijnde vliegtuig dat ik heb zien neerkomen was aan de kikkertsveldweg het was op een Zondagmorgen wij zijn er zo snel als we konden naartoe gerend maar we werden door Duitse soldate op een afstand gehouden omdat het fel brande en er in en om het wrak nog dode bemanningsleden lagen. Ook gebeurde het dat vliegtuigen in nood overtollige ballast zoals benzinetanks die onder de vleugels hingen los lieten en die kwamen dan zig-zag naar beneden en wie er het eerste bij was had hem want je kon hier een prachtige kano van maken. [img=49 width=400] Vaak werden er door de Duitsers razia"s gehouden aangezien er nogal veel jonge kerels wijgerden naar Duitsland te gaan om te werken in de Duitse oorlogsindustrie, bij zo"n razia kwamen duitse soldaten gelijktijdig van voor en van achter de wijk op en dan was het snel het huis uit om een veilig heenkomen te zoeken meesal sprongen ze in de wijk en dan snel naar de andere wijk rennen ook werd er een schuilkelder gebouwd om de nacht in door te brengen de restanten van zo"n schuilkelder zijn nog te vinden in de bossen bij Elim. In 1945 toen de bevrijding kwam mochten we lopen naar de riegshoogtendijk om te kijken naar de Canadezen die in grote getale voorbij trokken met veel Duitse krijgsgevangenen.
Post
gepost door Stoffer Kikkert op do 28 jun 2007
de Kikkert en de beer
Het gebeurde op een zondag in de zomer van 1955.Even buiten Hoogeveen in de gemeente Ruinen was kermis dat gebeurde in die tijd bij café Heins aan de toldijk.Dat was altijd erg aantrekkelijk omdat de gemeente Hoogeveen wegens religieuze redenen "s zondags geen kermis binnen haar grenzen dulde maar veel jongelui uit Hoogeveen gingen natuurlijk naar deze kermis. [img=46 width=400] Op de kermis slenterden ook enkele dienstplichtige soldaten rond die gelegerd waren in de Johannes Postkazerne in Havelte, het soldij van een soldaat was in die tijd 1 gulden per dag dus om eens een avondje door te zakken daar bleef je natuurlijk wel nuchter van. In die tijd was een kermis heel anders dan tegenwoordig de kermisvermakelijkheden bestonden hoofdzakelijk uit een steile wand een draaimolen en een schiettent een steile wand bestond uit een houten ton van 5 m hoog en 9 m in doorsnee met aan de bovenkant een aantal staanplaatsen onder in de koepel werden dan 2 motoren binnen gelaten die rondjes begonnen te rijden en dat ging steeds harder en door de middelpuntvliegende kracht ging dat steeds hoger tot boven aan de rand van de koepel. [img=47] Het meest bijzondere op de kermis was een tent met een zo"n 50 staanplaatsen met in het midden een soort boksring waarin zich twee bruine beren bevonden Voor aanvang van het gevecht kwam er een man met een beer naar buiten op een klein podium en die probeerde de aandacht van zoveel mogelijk mensen te trekken dat begon dan meestal zo,dames en heren wie wil er een partijtje worstelen met de bruine beer niemand dan heeft de beer gewonnen. Ook vaak begonnen ze een beetje op het publiek in te praten van als je kans ziet om de beer te vloeren dat je dan een prijs van 25 gulden in ontvangst kon nemen nou stel je eens voor dat was voor een soldaat 25 dagen soldij nou daar kon je wat mee doen. Een van die soldaten natuurlijk een beetje overmoedig door een paar pilsjes stapte naar voren en melde zich aan voor het gevecht met de beer.Eerst kwam je naast de eigenaar op het podium te staan met er tussenin een enorme bruine beer die was dus voor de veiligheid wel gemuilkorft anders bleef er van de soldaat helemaal niks meer over nou ja niks misschien een uniform en een paar schoenen want dat vreten beren ook niet.De eigenaar ging dan vertellen dat deze soldaat het lef had om met deze enorme bruine beer te vechten dit gebeurde natuurlijk met opzet om maar zoveel mogelijk van je vrienden en kennissen naar binnen te lokken want die reageerden dan meesal van, als jij met die beer gaat vechten willen wij dat zien en na zo"n tien minuten als de tent vol was kon het eingelijke gevecht beginnen. [img=45] Aan de eene kant in de ring werd de beer losgelaten en aan de andere kant kwam de soldaat in de ring de soldaat stapte meteen in de richting van de beer het publiek huiverde maar de eigenaar zei meneer blijft u maar staan want de beer komt wel bij u en dat bleek ook zo te zijn want de beer waggelde met een trage gang in de richting van de soldaat de spanning steeg. De eerste kennismaking met de beer was dan ook al niet al te zacht want met zijn grote klauw sloeg de beer de soldaat al meteen een tand door de lip toen werd de soldaat ook link en de beer rook natuurlijk bloed de beer pakte de soldaat met zijn grote klauwen om hel middel vast en slingerde hem in een hoek precies boven op een andere beer die daar rustig in een hoek lag dus dat kwam niet zo hard aan, de soldaat kwam terug en probeerde met een listige streek de beer bij zijn achterpoten onderuit te trekken om de beer op die manier op zijn rug te laten vallen maar niets was minder waar en het publiek was natuurlijk laaiend enthousiast je kreeg eingelijk het gevoel alsof je een lantaarnpaal uit de grond wilde trekken. Tegen het einde van het gevecht probeerde de soldaat zich met zijn laatste krachten aan de touwen vast te houden maar de beer sloeg zijn beide enorme klauwen om het middel van de soldaat en slingerde hem zo weer in een andere hoek toen wel bleek dat het een ongelijk gevecht was werd er door de eigenaar een einde aan gemaakt de soldaat werd bedankt voor zijn moed en kreeg voor de moeite een rijksdaalder voor een paar pilsjes. Dit is een waar verhaal want die soldaat dat was ik. Stoffer Kikkert Elim.
Post