De levensloop van mijn ouders.
Mijn vader was de oudste van de 11 kinderen van Opa en Opoe en die is geboren op 19 September 1904 en voor degene die een beetje rekenen kunnen die zien dus ok meteen dat ze moesten trouwen, ja dat gebeurde vroeger ook wel, Opa zei vroeger altijd, het roosje was al geplukt.
De verkering
Mijn vader kreeg achter in de jaren ‘20 verkering met Metje Snippe hoe dat toen ging heb ik eigenlijk nooit begrepen maar voor zover als ik na kan gaan hebben ze mekaar leren kennen op het boerenland want dat waren de enigste werkgevers in de omgeving dus ik denk dat ergens op het aardappelland zeg maar tijdens het aardappelkrabben de vonk overgeslagen is, misschien wel tijdens een onweersbui als ze zaten te schuilen achter de aardappelkuil onder een dik pak aardappelloof en als je dan stijf tegen mekaar aanzit dan wordt je va Naar het werk toe gebeurde allemaal of lopen of op een oude fiets en ze woonden ook niet echt dicht bij mekaar, want mijn vader woonde op de kop van ‘t zuideropgaande op Nieuw Moscou daar stond een oude driedubbele woning en Metje wat later dus mijn moeder geworden is die woonde achter op de bennerwijk tegen Nieuwlande aan en het waren in die tijd allemaal nog zandpaden. Ja en als je dan ‘s avonds weer thuis was en je had je tegoed gedaan aan een dik bord aardappels met een klein plakje spek nou reken er maar op dat je dan wel graag op tijd naar bed ging, dan vielen de ogen je al bijtijds dicht.
Metje mijn moeder dus was geboren op 16 december 1910 en is overleden op 11 Augustus 1991.Mijn Moeder was een dochter van Stoffer Snippe {1879-1951) en Femmigje Kamperman {1880-1934}.
In ’t schip
Mijn Vader en Moeder trouwden op 9 Mei 1931 en kregen 8 kinderen waarvan ik de tweede ben maar voor ze die acht groot hadden moest er nog heel moest er nog heel wat werk verzet worden.
Mijn vader en moeder zijn gaan wonen in een oud scheepje achter in de Groot Hendrikswijk dat waren wijken die liepen vanof ‘t zuideropgaande dood tegen de overijsselse grens aan en hoe verder als je naar het noorden kwam hoe langer de wijken waren en de eerste die dan ook doorliep tot aan Nieuwlande was de jeulenwijk De jeulenwijk was één van de hoofdwijken en die had dan ook verbinding met Nieuwlande en zo dus ook met de wieken die doorliepen naar Zwinderen, want bij Nieuwlande liep weer een dwarsgat vanaf de Jeulenwijk tot aan het Oostopgaande, de jeulenwijke was dan ook een hele belangrijke wijk voor de turfvaart vanuit de peel en ‘t Zwinderseveld maar ook de snikke en de pullebok. maakten er gebruik van.
Maar de wijken die doodliepen waren zeer geschikt om er een woonboot in te leggen want je lag namelijk niemand in de weg want vaarverkeer kon toch niet verder, ach en over het inrichten zo als het vandaag aan de dag gaat daar maakten ze zich vroeger niet zo druk om als je een fornuiskachel een bed en een tafel met wat stoelen had nou en nog wat kopjes en schoteltjes was je al tevreden.Een woonboot werd meestal gemaakt van een oude praam of een 8 tons bok die waren dan niet meer goed om aardappels mee te vervoeren omdat ze te vaak lek waren maar om stil te liggen achter in een wijk voor woonboot dat kon toch geen kwaad want achter in zo’n wijk stond toch bijna geen water en meestal smeerden ze over de bodem een laag pek of cement en dan bleef dat een hele tijd waterdicht je moest er natuurlijk nog wel zelf een opbouw op maken van wat oude planken.
Nou ja het kwam natuurlijk ook nog wel eens voor als in de herfst het flink stormde en er veel water gevallen was dan kwam de boot natuurlijk ook hogerop en dan werd je ‘s morgens nog wel eens wakker van het schommelen ook wilde het nog wel eens gebeuren dat door dat schommelen een lek in de bodem kwam en als je dan ‘s morgens met de ogen nog half dicht uit bed stapte en er stond 10 cm water in de boot nou geloof maar gerust dan was je op slag klaar wakker en dan moest je eerst op de doft om met een hoosvat het water uit de doft te hoosen.
Wij gaan verhuizen
Mijn Vader en Moeder hebt daar ongeveer 2 jaar gewoond want mijn oudste broer Jan is in ‘t scheepje geboren en hij heefd altijd gezegt, ik heb in ‘t scheepje het lopen geleerd en als ik dan aanneem dat hij toch vast wel een jaar was voor hij kon lopen maak ik daar uit op dat ze in de herfst van 1933 verhuisd zijn naar de Reinder van Oostenswijk. Eigenlijk zijn ze uit noodzaak uit het scheepje gegaan want het moet op een herfstige nacht geweest zijn dat met veel regen en een dikke storm de boot los sloeg en half gekapseist is en toen heeft mijn moeder gezegd en nou gaan wij er uit want wij verzuipen deze winter hier nog. Mijn ouders hebben uit nood nog een paar weken bij Daniel de Vries met Hindrikje ingewoont en toen konden ze van rooie Wessel een huisje op de Reinder van Oostenswijk huren de huur was zo rond de 2 gulden per week maar een weekloon was toen 8 á 9 gulden per week.
Nou mijn vader heeft mij wel eens verteld dat ze daar van de regen in de drup kwamen het enige voordeel was dat het niet in ‘t water lag dus het kon niet zinken, nee het was een heel oud boerderijtje het stond op de Reinder van Oostenswijk 3 net achter Geert Vos met Jenne maar het staat er al jaren niet meer, maar goed ze hadden weer onderdak en ze hadden ruimte voor een paar varkens en een geit en een koppeltje kippen en natuurlijk ratten want die kwamen vanzelf wel op zo’n oude wijk, het is wel eens zo erg geweest dat als ze naar buiten gingen en snel even de klompen aan wilden trekken dat er soms een dikke rat in de klomp zat ook heeft mijn moeder mij wel eens verteld dat ze ’s avonds het deurtje van de bedstee lostrok dat er een rat over de rand van de bedstee liep en van schrik gooide ze dan met de kachelpook, ze had onze Jan wel kunnen raken eigenlijk is het nog een wonder dat wij allemaal nog groot geworden zijn. Het tweede kind was op komst en dat werd geboren op 1 Juli 1935 een flinke jongen en die werd genoemd naar zijn Opa van moeders kant dus dat werd Stoffer.
De werkverschaffing
Het leven kabbelde zachtjes verder mijn vader ging naar de D.U.W warkverschaffig anders was er toen niet en dat was geen vetpot, in de steun hadden ze ongeveer 8- gulden in de week en als je naar de warkverschaffing ging dan beurde je een paar gulden meer, maar het voordeel was wel dat de meeste mensen zelf een stukje grond hadden met een paar geiten wat kippen en je eigen groente maar het was wel hard werken en de omstandigheden waren barre slecht, als het een dag regende mocht je schuilen achter twee schotten die kon je zo neerzetten dat je uit de wind zat want een dak er op vond de overheid te luxe, maar de arbeiders waren ook niet gek die gingen met twee ploegen de keten tegen mekaar aanzetten en dan lieten ze zoveel ruimte vrij dat ze er tussendoor konden, nou dan moest er ook nog een dak op maar met wat boomstronken en heideplaggen zat er ook nogal gouw een dak op en ze konden droog hun brood met spek opeten en als het dan een hele dag regende was het ok beter uit te houden, veel mensen waren dan ook ziek, vandaar dat er in die jaren ook veel mensen tbc hadden. Veel mensen die het werk te zwaar was waren aangewezen op de armenzorgdie en sommigen kregen een ondersteuning van de kerk. Vandaar dat ik er ook later achter kwam waardoor de kerk in het bezit was van veel kleine huisjes dat was toen ook al een vorm van je eigen huis opeten.
De werkweek was 50 uur en het weekloon lag zo tussen 10 en 12 gulden per week al naar gelang je je best deed kwam ook nog bij dat je een uur heen en een uur terug moest fietsen want het meeste ontginningswerk was of in ‘t Geeserveld of in ‘t Zwinderseveld en van fietspaden onderhouden hadden ze toen ook nog nooit gehoord. Tussentijd in 1937 is er ook nog een kind geboren dat werd een Jentje die werd vernoemt naar mijn vader zijn moeder Opoe kikkert. Nou en dat was een heel klein poppie want zij woog 2 pond en een ons maar ja je moest toch maar proberen haar groot te krijgen en hoe slecht de tijd ook was zij heeft het wel gered, want een confeuse kenden ze toen nog niet de eerste weken met lepeltjes suikerwater maar dat zul je 80 jaar later niet meer zeggen.
Naar de jeulenwijk:
Ondanks dat het een slechte tijd was met groote werkloosheid had mijn vader toch nog de moed om wat voor zichzelf te kopen, hij hoorde namelijk dat er op de jeulenwijk een half bunder grond te koop was met een boete er op, dit stuk grond was van Hendruk Tigelaar en die wilde het wel verkopen maar ja een paar honderd gulden voor een half bunder grond dat had je zo niet bij mekaar daar moest dus over gepraat worden en Hendruk Tigelaar was dan ook bereid om het geld er over te laten dat wil dus zeggen dat mijn vader het geld van Hendruk Tigelaar leende en hem daar jaarlijks rente over betaalde want een bank die je een hypotheek verschafte bestond er toen nog niet, geld lenen was allemaal particulier. En zo werd mijn vader eigenaar van een boete.
En dan kompt de dag dat er weer verhuist moet worden naar de jeulenwijk, de boete is bewoonbaar gemaakt want er moet wel een gezin met drie kinderen in. Op een mooie dag in mei 1938 word het 4 tons bokkie van opa opgehaalt en kan er begonnen worden met de boel in de bok te sjouwen, ach zoveel huisraad was er niet in huis maar de kinderen en ‘t vee zoals de geit en de varkens moesten ook mee en als ze dan alles in de bok hadden dan werd de kniepliende voor aan de bok vastgeknoopt de vrouw moest in de liende en mijn vader liep achter de bokboom om te sturen en meteen mee te drukken, de grootste kinderen moesten het vee in de gaten houden dat die niet over boord sprongen. Zo vaarden wij dan de Reinder v Oostenswijk uit naar ‘t zuideropgaande daar vaarden wij dwarsover want aan de vondertjes kant was het makkelijker varen want ai bij zo”n wieke kwaam dan leut ie de boom eem lus snel aover “t vonder en an de aandere kaante pakte je de bokboom weer en zo mus wij dus zes wieken aoverstikken en onder één dreivonder deur bij Aornd Pekel en de volgende wieke was de jeulnwieke daor gung wij allemaole in de bok um dwarsaover te vaarn um dan onder “t broggie deur de jeulnwieke in te vaarn.Veurop de Jeulnwieke woonde Peter Kikkert mit Fenne die hadden daor een boerderijgie en zij dachten dat ze dan ok iets meer as een arbeider waarn, Fenne stunt an de wieke toen as wij er langes vaarn mit de bijde haanden in de ziet net een keulse pot, ik heur ze dan ok nog zeggen nou nou neem ie dat hiele rommeltie nog mit. En ai dan onder t broggie deur waarn dan kun mien moe weer in de liende en va weer achter de bokboom en zo vaarden ze nog een paar kilometer jeulnwieke achteruut um op nummer 8 te koomm, en dat was ok altiet niet eem gemakkelijk want de jeulnwieke hadde een slecht pad de eerste200 metergung het nog wel mar ai dan de boerdereie van Garriet Kikkert veurbij waarn worde het een stok slechter want het vee leup tot an de wieke en dan stunden er allemaole hekken op “t pad en daor mus ie dan umme toe wat altiet niet eem gemakkelijk was en deur as “t vee ok altiet op “t pad leup worde dat natuurlijk ok kapot trapt en was dan ok altiet moddereg.Pas half op de wieke bij Martinus van Zwol stunt het leste hekke en dan worde “t pat ok beter wij passern nog het huus van Eibert Krikken en dan 200 meterwieder op nr 8 stunt de boete dan wast ok al dikke in de middag ai daor ankwaam de bok worde an de stikke legt en het leegmaken van de bok kun begunn.
Opa woonde ok in een boete
As kiender waarn wij slim bliede dat as wij zo dichte bij opa kwaamm te woonn, de eerste jaoren ek daor nog niet zo veule van markt umdat ik toen nog te jong was mar in 1940 toen de oorlog uutbrak was ik 5 jaor en dan sjouwden wij regelmatig wel ies naor opa toe want daor was altiet wel wat te beleven want opa was wedenaar en er waarn nog 3 volwossen keerls in huus en niet te vergeten kleine Greetie
die vlak naost opa woonde in een heel klein huussie zij had een pattie tussen de bezebossen deur en dan kwaamp ze altiet deur “t achterdeurtie binn, Greetie had bij opa heur eigen plekkie naost de fornuuskachel waor as heur stoeltie dan ok altiet stunt want op een gewoone mattenstoel kun Greetie niet zitten want die was te hooge veur heur mar wij as kiender gung ok nog wel ies graag op dat kleine stoeltie zitten mar daor kreeng wij de kaans aoste niet veur want Greetie was de hele dag bij opa die slofte teeng tweedonker pas weer naor huus.
Tegenaover opa woonde oome Willem dat was een breur van opa, Oome Willem woonde ok in een boete mar ze kunn niet zomaar effen bij mekaar koomm want er lag gien vonder aover de wieke het vonder dat het dichtste bij lag was bij Geert Blokziel mit Klaossie, mar dat wil niet zeggen dat ze gien praotie mit mekaar maakten dat wol jao ok wel mit de wieke tussenin bij de zomerdag zaten ze soms uurn te kletsen in de wiekswal ach en dan kwaamp Aornd de Vries de postbode de wieke ies offietsen en die had veur die meesen op de wieke altiet wel wat nijs en as hij dan post veur oome Willem adde dan gooide oome Wllem de klompe aover de wieke Aornd dee er de post in en gooide de klompe weer umme, dat gung ok zo mit Hendrik Metselaar die fietste mit de bakkersmaande vol stoeten veur op de transportfietse ok altiet an de zuudkaante van de wieke langes as hij bij oome Willem was dan nam die de schepelsmaande uut de turfbulte Hendrik Metselaar gooide een stoete aover de wieke en oome Willem ving die op in de maande dat miste eigelijk nooit, nou ja een enkele keer kwam er een stoete in ‘t water terechte ach en dan zei tante Henderkie nou dan bakke we die wel op. En mit de bosschoppen hadden ze nog weer wat aanders op bedacht, die deden ze in de wassebalie.
Vrogger hadden ze van die grote olderwetse wassebalies mit an weerskaanten een oor nou dan knupte oome Willem de kniepliende an een oor van de wassebalie en dan drokte hij mit een stok de wassebalie dwarsaover an de aandere kaante deed Hendrik Metselaar er de neudege boschoppen in en oome Willem trok an de kniepliende de wassebalie weer naor um toe.
Trouwens bij Harm Schrao was er ok altiet nog wel een meugelijheid um an de aandere kaante van de wieke te koomm want daor lag altiet een 4 tons bokkie veur de wal want an de Brandlichtswieke woonden Geert Seinen mit Klaossie en dat waarn de schoonolders van Harm schrao en zo kunn ze via een pattie deur de bos bij mekaar koomm. Mar ie zuln mar net zien as ie dan een keer dwarsaover wollen dan lag ‘t bokkie net an de aandere kaante.
De jeulnwieke gaf oons een boel vertier “s zoomers zwumm “s winters schaatsen en vissen mit een piere an de haoke bij de vilties langes en mar stikkelbaorsies vangen de vishangel lag altiet klaor an de wieke want wij hadden toen niet van die dure visangels as noe nee wij gung eem de bos in en sneden oons een mooie rechte stok en dan hadde wij zo weer een nije visangel klaor, en veur “t zwummen hadde wij ok een speciale zwumplekke dat was bij Harm Schrao want daor zat een zaantkop en umdat het allemaole veenwieken waarn dan was zo”n plekke op een zaandkop altiet schoone mit een mooie harde bodem. want bij oons veur ‘t huus zakte ie zowat tut de kneien in de modder en de kaans was ok altied groot dat er glas in de wieke lag.
Mar het was natuurlijk ok behulpen op een wieke, zo hadden wij gien gas gien electrisch en ok gien waterleiding de eerste jaorn waarn wij gewoon op de wieke anwezen weer wat later zo rond 45/46 hebbe wij op een bok een regenbak uut “t Hoogeveene haalt z”een regenbak bestunt uut drei ringen van één meter hoge en ongeveer 1.50 min deursnee en de onderste ring zat een bodem in wij mussen dus een gat graven van drei meter diepe en twee meter in deursnee en worden dan die ringen op mekaar inzet net baom de grond kwaamp er nog een betonn huusie op van 0.80 mbij 0.80 men één meter hoge een deksel der op en “t wachten was op de regen.
De tied worde slechter.
Ondanks dat de tied slecht was zag mien Va toch nog kaans um veur de boete een steenn veurhuus te laoten zetten kiek en dat was een hele verbetering wat de kolde betreft en ie hadden nou twee slaopkamers want de boete die lekte en die tochte de schotteldoek bevreur oew op de taofel en vlak na de oorlog is de boete er achter weg breuken en is daor ok een steenn achterhuus achter ezet mit twee varkenhokken en ruumte veur een paar geiten.Toen as thuus eenmaol klaor was bint er geuten anzet en kunn wij oons eigen water opvangnn in de regenbak kiek dan wai niet meer zo ofhankelijk van de wieke want nou mus ie altied acht geem as de melkbok der ok ankwaamp want dan mus ie veurtied nog gauw een ummer water uut de wieke putten want as de melkbok er éénmaol langes was kun ie de eerste uurn het water niet gebruuken zo troebel was het dan mar ok bij de winterdag as het flink vreur mus ie er veur zorgen dat de biete los bleef. En dat mus soms wel vaker op een dag gebeurn want bij strenge vorst vreur de biete geliek weer dichte.
Mar eerst nog eem trogge naor 1940 want op de 10e Mei brak de oorlog uut, veur oons as kiender veraanderde er niet veule ik was toen 5 jaor en dan heb ie er jao gien benul van wat een oorlog betekend ie ziet natuurlijk wel dat oen olders bange bint mar ie begriept niet dat as meensen die mekaar niet kent en mekaar ok nog nooit eziene hebt dat die mekaar dood schiet, mar ai dan een paar jaor wieder bint en oen Va is er ?s aovens met ?t eten niet dan vraog ie wel an oen Moe waor blif mien Va toch en oen moe zeg dan dat hij mut onderduuken want de duutsers wilt alle jonge keerls an ?t wark emm um in duutslaand kanonnen te maken, mar umdat mien Va een gezin hadde mit drei kiender en mien moe kreeg ok nog weer een poppie daorumme hoefde mien Va niet naor duutslaand mar mus hij hier veur de duutsers warken, hij mus um melden in Haovelte daor hadden de duutsers een vliegveld en dat worde geregeld bombardeerd en dan mussen een stel kerels er veur zorng dat ze dat vliegveld kunnen blieven gebruuken.
Een tweeling
Op 4 Meert 1941 was het zowiet mien Va bleef bij huus want mien Moe was niet in orde, het vreur nog streng en de blomm gung de hiele dag niet van de roeten of en wij hadden meuite um het een beetie aangenaam in huus te holn want wij stookten toen ja nog mit turf. De buurman wol wel eem op de fietse naor de vroedvrouwe dat was zowat een half uure fietsen dus dat kun nog wel eem duurn veur asse der was mar in de loop van de dag kwaamp de vroedvrouwe en toen wast toch effen schrikken want ze hadden rekent op ééne en toen waarn het er twee, twee flinke gezonde jonges.
Slim kold
Het was nog veur in Meert toen de tweeling geboorn worde en het was nog volop winter de wieken lagen nog dichte vreurn en wij waarn ok nog an t schaatsen mar mien Va en Moe hadden wel wat aanders an de kop as schaatsen, de tweeling dat waarn dus twee jonges die mussen een naame hebben dus daor mus aover nao udacht worn en umdat het mien Moe zien beurte was en heur moe was nog niet benuumd mar die heete Femmigje en het mus een jongesname worn die daor op leek toen hebt ze mar keuzen veur Frederik mar er was er nog iene en dat was dus mien Va zien kaante weer nou daor doei dan niet moeilijk aover dan beneum ie toch gewoon oen breur en zo worde dat dus Karst. Mar de tied worde slechter de Duitsers waarn baos de boel worde schaars en alles kwaamp op de bon, de duutsers kwaam regelmaoteg de wieke of vaake mit een bokkie en dan naam ze alles in beslag wat ze kunn gebruuken zoas fietsen en vee mar ok de enkeling die nog een radio hadde mus die inlevern mar honger lieden zoas in de grote steden hoefden wij niet want wij verbouwden alles zulf zoas eerappels gruunte en broene boonen ok hadde wij een paar geiten veur de melk en in t veurjaor kochte mien Va altied twee biggen veur de slacht de eerste worde in de harft slacht en dan nog iene in t veurjaor dus broene boon mit spek was veur oons dagelijkse kost en een goeie melkgeite gaf gemiddeld 4 liter melk per dag en er scharrelde ok altied wel een koppeltie kiepen umme t huus dus wij kreeng ok nog wel ies een eigie.En as kiender leerde wij ok al roken, mar in de oorlog was alles op de bon dus sigaretten waren er ok al niet te kriegen, nou dan verbouw ie toch zulf oen tabak want tabakszaad was er wel te kriegen en zo verbouwde wij dus veur eigen gebruuk bij huus tabaksplanten.
Mien va die proemde steveg dus die mus proemtabak hebben, tabak is een grote plaante te vergelieken mit zunnebloemen.mit ronde bladeren en die worden in de harfst as ze rieppe waren plokt en dan rijgde mien va ze an een draod en spande die draod op de zolder en as ze dan dreuge waren dan kun ie ze proemen, ik kan mij nog herinneren dat hij ‘s morgens een paar bladen af haalde en dan had hij de hele dag genog proemtebak, mar um te roken was nog weer een aander soort dat waren spitse bladen veur sjek en as die bijna dreuge waren dan rolden wij die heel strak op net as een sigare en dan gingen we dat met een scheermesje heel fien snieden, Mar het probleem was ie mussen ok nog een papiertie hebben um een sigarette te drijen want kraantepapier was veul te dikke. mar in die tied lag er haoste aoveral wel een biebeltie of een psalmboek in de kaste en dat was barre mooi dun papier ach en een paar varsies meer of minder dat markte jao gien ene want de gebruikelijke varsies kenden ze wel uut de kop.
In het veurjaor van 1941 brak er kinkhoest uut dat is een besmettelijke infectieziekte waorvan oew de lochtwegen vol sliem gaot zitten en dan heb ie het gevuul dat ai haoste stikt ai hoest klinkt of ai haoste giert, wie het eerst kreeng hef weet ik niet mar op een gegeven moment hadde wij het allemaole de drei grootsten die kunn eur zulf wel een beetie redden mar mien moe hadde het meeste wark mit de tweeling want die waarn nog mar goed twee maond, ik heb mien moe wel ies heurn verteln ak er eene blauw op de narm hadde lag de aandere blauw in de kienderwaang. Mar toen kwaamp er hulp uut onverwachte hoek, veur oons op nr 6 woonde Eibert Krikken mit Fumme en daor weer veur op nr 4 woonde Martinus van Zwol mit Johanne en die hadden allebij nog een maagie in huus van 13-14 jaor. En die hebt toen mit eenbeide aoverlegt dan neeme wij er allebijde eene van de tweeling veur onze rekening en die gaot wij dan verzorgen veur zover wij tied hebt, en zo gebeurde het dat Jo Krikken de verzorging van Karst op zich nam en Rieka van Zwol ontfermde zich aover Freek, zundags waarn ze er de hiele dag mit in de weer mit wassen voern en ankleden en mien moe was daor slim bliede mit want die meiden naam heur hiel wat wark uut haanden hoe laank as dat deur gaone is weet ik niet meer mar ja op een keer kriegt zokke meiden verkering en dan hebt ze wel wat aanders an de kop.
Veur oons as kiender is de oorlog eigelijk ongemarkt veurbij egaone, het gebeurde nog wel ies ast dan mooi helder weer was en de zunne scheende mooi en ie keeken dan naor de locht dan zag ie duuzenden glinsterende dingen in de locht en ast dan op de grond neerdaalde waarn het allemaole smalle strookies zulverpapier naor later bleek deden ze dat um de radar van de vijand in de warre te stuurn.
Mar wieder heurn wei ok mar hiel weinig van de oorlog want wij hadden gien radio en van televisie hadden wij hielemaole nog nooit heurd en wij kwaam mar weinig de wieke of due eigelijk gung de oorlog stillegies an oons veurbij. Een enkele keer was er wat drokte zoas op een Zundagmorgen er fietsten een paar duutse soldaoten oons huus veurbij en dan schrik ie jao dus gauw eem buutn kieken mar dan zie op de aandere wieke ok duutse soldaoten fietsen en dan bliekt dat ze achter Klaos Slachter an zit want die dee nog al ies dingen die de duutsers niet an stunn en hij was heur altied te glad of want zo gouw as hij ze zag koom leup hij aover t vonder gooide t vonder in de wieke en verschuulde zich in de bos. Mar op die zundagmorn gunk het goed mis wan ze kwaam vanof t zuuderopgaonde de jeulnwieke en de barswieke op en vanof Elim deden ze t zulfde en Klaos Slachter woonde op de meesterpieterswieke daor net tussenin dus hij zat as een rotte in de valle hij hef nog wel een poging udaone um te vluchten mar der was gien ontkoom meer an hij is nog al in de wieke sprung mar in de wiekswal hebt ze hem neerscheuten toen hebt ze Klaos op de pakkiesdrager van de fietse zet en zo kwaam ze loopens bij oons huus langes hij lag mit de kop op t zadel en zien beenen sleepten aover de grond zien klompen zaten onder t bloed mar hij hef het wel aoverleeft mar as kiender meuk dat toch wel een hiele grote indruk op oons.
Na de oorlog hebben wij nog 5 jaar op de jeulnwieke woont, want in Augustus 1949 gung mien va naor een publieke verkoop in Hotel Victoria in t Hoogeveen en daor worde t huus van Hendrik Eshuis van het Zuuderopgaonde verkocht. Hendrik Eshuis was niet zo n harde warker en het huus mit korenmeule en winkelruumte worde publiek verkocht. De winkel stunt al enkele jaoren leeg en met het malen van koren kun hij de kost niet meer verdienen, trouwens de meule was helemaol verwaarloost en het baovenste gedeelte was dan ok niet meer in gebruuk, beneden was er een klein stukkie bijan bouwt waor as een electrische machine in stunt waor as Hendrik nog mit maalde. Mien Va kochte dat hiele spul veur 4250. gulden en toen hef mien Va het laoten verbouwen deur Hein Damming er is aover de hiele lengte een scheidingsmure deur zet en van de winkel bint een woonkamer en een keuken maakt en ok nog een slaopkamer en baoven bint 3 slaopkamers maakt, nou dat was een hiele verbetering in het veurjaor van 1951 was alles klaor en kunden wij verhuuzen van de Jeulnwieke naor het Zuuderopgaonde wij waarn gelokkeg van de wieke of.